Huishoudelijk Regelement

HUISHOUDELiJK REGLEMENT

Artikel 1

  1. In dit reglement gebruikte begrippen hebben dezelfde betekenis als in de Caert.
  2. Waar in dit reglement de mannelijke vorm wordt gebruikt voor de aanduiding van functies of personen, geldt deze zowel voor mannen als voor vrouwen.
  3. De Gildezuster die Koning, Keizer of Regent is, wordt echter aangeduid als onderscheidenlijk Koningin, Keizerin en Regentes.

 

Artikel 2

1. Het hoofdwapen van het Gilde is de kruisboog.

 

Artikel 3

  1. Op de Teerdag van het Gilde worden de feestdagen van Sint Barbara (4 december) en Sint Lucia (13 december) gevierd.
  2. De Teerdag wordt gehouden op de tweede dinsdag van december. Om bijzondere redenen kan de algemene vergadering hiervan afwijken.

 

Toelating van leden

Artikel 4

  1. De algemene vergadering beslist over de toelating van leden.
  2. De kandidaat die voor toelating als lid in aanmerking wenst te komen, meldt zich in persoon bij de Overheid. Hij toont aan dat hij voldoet aan de eisen die de Caert en dit reglement aan het lidmaatschap stellen.
  3. De Overheid stelt de leden van het Gilde op de door haar aangegeven wijze in de gelegenheid van eventuele bezwaren tegen de toelating te doen blijken.
  4. Indien de algemene vergadering een kandidaat afwijst, stelt zij deze daarvan met opgaaf van redenen in kennis.
  5. Aspirant-leden kunnen gedurende 1 jaar aan alle activiteiten van het gilde deelnemen met uitzondering van het Koningschieten. In dat jaar hebben zij géén stemrecht..

 

Verplichtingen van de leden

Artikel 5

  1. Leden van het Gilde moeten van onbesproken gedrag zijn, de doelstellingen van het Gilde, zoals vastgelegd in de Caert, onderschrijven en bereid zijn de Caert, dit reglement en andere reglementen en besluiten van het Gilde na te leven.
  2. Leden zijn actief of niet actief.
  3. Actieve leden nemen in de regel deel aan de bijeenkomsten en activiteiten van het Gilde. Zij gaan in het voorgeschreven tenue gekleed als de aard van de gelegenheid dit vereist of de Overheid hierom speciaal heeft verzocht.
  4. Niet actieve leden zijn door de Overheid wegens persoonlijke omstandigheden of om andere redenen blijvend of voor een bepaalde tijd vrijgesteld van de vervulling van een of meer verplichtingen.
  5. De leden betalen aan het Gilde een jaarlijkse contributie. De hoogte van de contributie wordt door de algemene vergadering vastgesteld. De contributie is voor leden en jeugdleden verschillend.
  6. Ieder lid is verplicht uiterst zorgvuldig om te gaan met eigendommen en bezittingen van het Gilde en deze, voor zover aan hem ter beschikking gesteld, oppassende wijze te beheren en te onderhouden.Bij alle voorkomende activitei ten en evenementen die zich binnen het Gilde afspelen of vanuit het Gilde worden georganiseerd, houdt een lid zich aan de daarvoor vastgestelde regels en door of namens de Overheid gegeven aanwijzingen.Op ieder lid rust de morele verplichting aanwezig te zijn bij de uitvaart van een overleden medelid.Einde van het lidmaatschap

Artikel 6

  1. Het lidmaatschap, jeugdlidmaatschap en erelidmaatschap kan door het lid te allen tijde schriftelijk worden opgezegd bij de Overheid.
  2. Op voordracht van de Overheid kan de algemene vergadering het lidmaatschap, jeugdlidmaatschap en erelidmaatschap namens het Gilde schriftelijk en met opgaaf van redenen opzeggen, indien:
    1. het lid niet langer aan de vereisten voor het lidmaatschap voldoet of zijn verplichtingen jegens het Gilde niet nakomt;
    2. het lid zich schuldig maakt aan wangedrag;
    3. van het Gilde redelijkerwijs niet kan worden gevergd het lidmaatschap te laten voortduren.
  3. Een lid kan door de algemene vergadering op voordracht van de Overheid uit het lidmaatschap worden ontzet (royement), indien het lid opzettelijk handelt in strijd met de Caert, dit reglement of andere reglementen of besluiten van het Gilde dan wel het Gilde op onredelijke wijze benadeelt.
  4. De voordracht is met redenen omkleed. Het lid wordt schriftelijk in kennis gesteld van de voordracht. Het lid wordt in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze over de voordracht kenbaar te maken aan de algemene vergadering voordat deze over de voordracht beslist.
  5. De algemene vergadering beslist in haar eerstvolgende vergadering over de voordracht. De beslissing van de algemene vergadering wordt schriftelijk aan het lid meegedeeld.

 

Gevolgen van beëindiging van het lidmaatschap

Artikel 7

  1. Ingeval van beëindiging van het lidmaatschap blijft het lid de contributie over het lopende jaar verschuldigd, tenzij de Overheid schriftelijk anders te kennen geeft.
  2. Alle vorderingen van het Gilde jegens het lid zijn in geval van beëindiging van het lidmaatschap, om welke reden ook, direct en in hun geheel opeisbaar.
  3. Het lid is verplicht alle onder hem berustende eigendommen en bezittingen van het Gilde onverwijld terug te geven op een door de Overheid te bepalen wijze.

 

Schorsing

Artikel 8

  1. Hangende onderzoek naar de vraag of aanleiding bestaat tot opzegging namens het Gilde van het lidmaatschap, kan de Overheid het lid schorsen. Het lid wordt schriftelijk in kennis gesteld van de schorsing. De schorsing mag, met inbegrip van eventuele verlengingen, niet langer duren dan een half jaar.
  2. Een lid is van rechtswege geschorst zodra hij in kennis is gesteld van een voordracht van de Overheid om hem uit het lidmaatschap te ontzetten. De schorsing duurt totdat de algemene vergadering haar heeft opgeheven dan wel de ontzetting uit het lidmaatschap heeft uitgesproken.
  3. Een schorsing heeft tot gevolg dat het lid gehouden blijft zijn verplichtingen jegens het Gilde na te komen, maar dat hij zijn rechten niet mag uitoefenen zolang de schorsing duurt.
  4. Een lid wordt, ook als hij geschorst is, in de gelegenheid gesteld aan de algemene vergadering schriftelijk of mondeling zijn zienswijze kenbaar te maken over een hem betreffende voordracht tot opzegging van of ontzetting uit het lidmaatschap.

 

Functies binnen de Overheid

Artikel 9

Binnen de Overheid kunnen, naast de functies van Hoofdman, Schrijver en

Wasmeester, Dekens in de volgende functies worden benoemd:

  1. Luitenant;
  2. Commandant.

 

Taken van de Dekens

Artikel 10

  1. Hoofdman

De Hoofdman is voorzitter van de Overheid en de algemene vergadering. Hij ziet erop toe dat de besluiten van de Overheid en de algemene vergadering worden uitgevoerd en dat de eensgezindheid onder de Gildebroeders en Gildezusters wordt bewaard.

  1. Schrijver

De Schrijver behartigt de administratie van het gilde. Hij brengt de ingekomen stukken ter tafel in de vergaderingen van de Overheid en in de algemene ledenvergaderingen en draagt zorg voor de verslaglegging.

  1. Wasmeester

De Wasmeester behartigt het financiële beheer van het Gilde. Hij is verantwoordelijk voor de onder zijn beheer staande gelden.

  1. Luitenant

De Luitenant vervangt de Hoofdman bij diens afwezigheid en assisteert hem bij de uitoefening van zijn functie.

  1. Commandant

De commandant treedt op als ceremoniemeester en voert het bevel tijdens officiële activiteiten.

 

Ondertekening van stukken

Artikel 11

  1. De Hoofdman en de Schrijver ondertekenen gezamenlijk alle stukken die van de Overheid en de algemene vergadering uitgaan, behoudens voor zover de Caert anders bepaalt.
  2. De Overheid kan besluiten aan een of meer leden van de Overheid de bevoegdheid toe te kennen stukken te ondertekenen naast of in plaats van de Hoofdman en de Schrijver. Het besluit wordt op schrift gesteld.

 

Erefuncties

Artikel 12

  1. Overdeken van het Gilde is, mits hij daarin heeft bewilligd, de Burgemeester van de gemeente Uden.
  2. Gildeheer is, mits hij daarin heeft bewilligd, de Pastoor van de rooms-katholieke kerkparochie waartoe Uden behoort.
  3. De Overdeken en de Gildeheer hebben toegang tot alle bijeenkomsten en vergaderingen van het Gilde. In de vergaderingen hebben zij als zodanig een raadgevende stem.
  4. De Overdeken en de Gildeheer genieten het voorrecht bij het koningschieten de schutsboom te mogen bevrijden met achtereenvolgens één schot.
  5. De Graaf/Gravin is hij/zij die het laatste stuk van de vogel omlaag schiet tijdens het graafschieten. Het graafschieten vindt plaats op de tweede zaterdag van oktober in het jaar dat er geen koning wordt geschoten.

 

Overige functies

Artikel 13

  1. Koning
  2. Om de twee jaar vindt in het tweede weekend van oktober het Koningschieten plaats. Het Koningschieten staat uitsluitend open voor Gildebroeders en Gildezusters. Zij moeten bereid zijn het Koningschap op zich te nemen.
  3. Koning wordt degene die het laatste stuk van de vogel omlaag schiet en die, na beraad, door de Overheid waardig voor het Koningschap wordt bevonden. Hij blijft Koning totdat een nieuwe Koning is uitgeroepen.
  4. De Koning is bevoegd de vergaderingen van de Overheid bij te wonen. Hij heeft daarin een raadgevende
  5. De Koning vertegenwoordigt gezamenlijk met de Hoofdman het Gilde bij alle officiële en ceremoniële gelegenheden, met uitsluiting evenwel van de vertegenwoordiging van het Gilde in rechte.
  6. De Koning geniet het voorrecht bij het koningschieten de schutsboom te mogen bevrijden met één schot, nadat de Overdeken en Gildeheer een vrijschot hebben gelost.
  7. Bij verhindering of ontstentenis van de Koning treedt diens directe voorganger in zijn plaats. Is dat niet mogelijk, dan kan de Overheid een oud-Koning aanwijzen als plaatsvervanger. Is ook dat niet mogelijk, dan kan de Overheid een Gildebroeder of Gildezuster aanwijzen die het Koningschap als Regent waarneemt totdat de verhindering van de Koning is geëindigd of een nieuwe Koning is uitgeroepen.
  8. Keizer Schiet de Koning voor de derde maal achtereen de titel dan verkrijgt hij de eretitel van Keizer. Keizer blijft hij zolang hij lid is van het Gilde.

 

  1. Vaandrig

De Vaandrig beheert en onderhoudt het gildevaandel en zwaait het vaandel bij officiële en ceremoniële gelegenheden. Hij vergezelt het gilde bij iedere gelegenheid, zowel binnen als buiten Uden, en stelt zich met het  gildevaandel in de optocht mede aan het hoofd van het Gilde.

  1. Zilverdrager

Zilverdrager wordt degene die bij het Koningschieten het voorlaatste schot op de vogel heeft gelost, mits hij geen Tamboer, Vendelier, Standaarddrager of Vaandrig is. In dat geval wordt   de losser van het op twee na  laatste schot zilverdrager.

  1. Tamboers

De Tamboers roeren de trom bij officiële en ceremoniële gelegenheden.

  1. Vendeliers

De Vendeliers brengen met de officiële gildevendels de gildegroet bij officiële en ceremonië

De Commandant en Vaandrig worden door de algemene ledenvergadering benoemd. De overige functionarissen worden door de overheid aangewezen/benoemd.

 

Stemmingen

Artikel 14

  1. Over zaken en over de benoeming of aanwijzing van een kandidaat voor een functie kan worden gestemd door middel van bonen.
  2. Bij de stemming door middel van bonen geldt een bruine boon als een stem vóór het voorstel en een witte boon als een stem tegen het voorstel.

 

Plaats van terinzagelegging

Artikel 15

  1. Bij een voorgenomen wijziging van de Caert dan wel vaststelling, wijziging of intrekking van het huishoudelijk reglement of een ander reglement ligt het daartoe strekkend voorstel voor de leden ter inzage bij de Schrijver dan wel een of meer andere leden van de Overheid.
  2. De terinzagelegging vangt aan ten minste vijf dagen voor de vergadering en duurt tot de dag na die waarop de vergadering wordt gehouden waarin het voorstel wordt behandeld.

 

Vastgesteld door de aspirant-leden van het Gilde in oprichting te Uden op 18 november 2008  en bekrachtigd door de algemene vergadering, gehouden te Uden op 9 december 2008.

 

De algemene vergadering van het Gilde Sint Barbara en Sint Lucia,